Managen is ook coachen
Coachen is eigenlijk niets anders dan uw medewerkers stimuleren tot grotere zelfstandigheid en betere prestaties. U streeft naar volledige delegatie. Een coach kunt u zien als de verzorger van een (aanstaande) kampioen die zijn medewerkers met raad en daad terzijde staat, ook bij persoonlijke problemen. U ondersteunt, adviseert, stimuleert en inspireert.
De manager als coach stelt zichzelf tot doel een klimaat te ontwikkelen waarin zijn medewerkers beter kunnen worden dan hijzelf en gemotiveerd hun werk doen. Een coach doet er alles aan om de betrokkenheid van zijn medewerkers bij de organisatie, de afdeling en het werk te vergroten. Hij stimuleert hen en ondersteunt hen in hun ontwikkeling, maar dat betekent niet dat u anderen werk uit handen neemt.
Coachen kan op drie niveaus:
1. Een medewerker die nog onvoldoende presteert of weinig ervaring heeft, zult u naar een aanvaardbaar niveau moeten coachen. Instructie, kennisoverdracht, bijsturen en corrigeren staan hier centraal.
2. Een medewerker die goed werk levert, coacht u naar meer zelfstandigheid en een niveau van excellent presteren. U stimuleert, werkt samen en gaat steeds meer taken delegeren. Uw doel is om de talenten van uw medewerkers optimaal in te zetten.
3. Bij een medewerker die excellent presteert, is het aan de coach om hem op dat hoge niveau te houden. Het gaat er vooral om dat u nieuwe uitdagingen blijft creëren en ervoor zorgt dat uw medewerker de credits krijgt die hij verdient. Hij moet gemotiveerd blijven om die topprestaties te blijven leveren.
Het accent bij coachen ligt op het leren op de werkplek. Als coach hebt u de taak om de omstandigheden te creëren die dat leren mogelijk maken, de betrokkenheid vergroten en uw medewerkers stimuleren zich verder te ontwikkelen. Maar wat is nu een goed leerklimaat? Wanneer leren mensen het meest?
Elementen die het leren stimuleren
Betrokkenheid en eigen invloed
Uw medewerker moet zich sterk verantwoordelijk voelen voor zijn taken en het gevoel hebben dat hij zelf invloed heeft op het bereiken van zijn doelen.
Doelgerichtheid
Uw medewerker moet weten wat er van hem verwacht wordt en waarom. Wat z’n doelen zijn en hoe die aansluiten bij de organisatiedoelen.
Spanning
Het werk moet voldoende uitdaging bieden, afwisselend zijn en er moeten (aanvaardbare) risico’s genomen kunnen worden. Af en toe moet iemand in het diepe kunnen springen om de spanning erin te houden.
Ondersteuning en acceptatie
Fouten maken moet mogen. Iemand die uitdagingen aangaat en in het diepe springt, maakt af en toe een fout, daar ontkomt u niet aan. Dat moet niet afgestraft worden, maar gezien worden als een kans om te leren. Als uw medewerker hulp nodig heeft en daarom vraagt, moet u die hulp bieden. Uw medewerker moet zich veilig, geaccepteerd en gewaardeerd voelen. Zo niet, dan zal hij risico’s en fouten gaan vermijden. Zijn ontwikkeling stopt en hij beperkt zich tot standaardwerk.
Reflectie en experimenteren
Er wordt tijd genomen om te evalueren en terug te kijken. Wat ging goed en wat kan beter? Uw medewerkers krijgen ook de ruimte om eens op een andere manier te werk te gaan, te experimenteren.
Checklist Coachen
1. Zorg dat uw medewerkers duidelijk weten wat van hen verwacht wordt.
2. Zorg dat ze goed geïnformeerd zijn.
3. Geef ze zeggenschap over hun eigen werk.
4. Geef ze verantwoordelijkheid voor het totale traject.
5. Maak kampioenen van ze.
6. Geef regelmatig feedback.
7. Toon uw waardering.
8. Help ze te leren en te groeien.
9. Creëer een sfeer van vertrouwen.
En: vraag commentaar over uw eigen functioneren.
Motiveren
Wat motiveert mensen? Wanneer zullen mensen zich volledig inzetten en net dat stapje harder lopen? En wat kunt u daar als manager aan doen? Weinig. Een manager kan zijn medewerkers niet motiveren. Motivatie is iets van binnenuit. Dat moet uit uw medewerkers zelf komen.
Maar als manager hebt u wel de taak om de voorwaarden te scheppen waaronder mensen zich graag willen inzetten en uit zichzelf die extra inspanning willen leveren. Goed coachen is een prima manier om mensen zover te krijgen dat ze het beste uit zichzelf halen. U geeft ze wat ze van nature graag willen: duidelijkheid, feedback, waardering, een open oor, betrokkenheid bij hun werk en persoonlijk wel en wee, persoonlijke verantwoordelijkheid, de mogelijkheid zelf beslissingen te nemen en zich te ontwikkelen.